De Karpen: van heide en vennen tot villabuurt
De Karpen is een van de groenste en mooiste buurten van Eindhoven. De buurt ligt in het stadsdeel Tongelre, in het oosten van de stad, en valt binnen de grotere wijk Oud-Tongelre. De Karpen staat bekend om zijn ruim opgezette villabebouwing, de IJzeren Man en de Karpendonkse Plas. Het is een kleine buurt: op 1 januari 2023 telde De Karpen 475 inwoners, verdeeld over 213 woningen. Maar de geschiedenis van dit gebied gaat veel verder terug dan de villabuurt uit de jaren zestig en zeventig.
Voor 1900: heide, vennen en kastelen
Het landschap voor de stedelijke uitbreiding
Voordat de grote stedelijke uitbreidingen van de twintigste eeuw begonnen, maakte het gebied dat nu De Karpen heet deel uit van het veel grotere, landelijke Tongelre. Tongelre was van oorsprong een zelfstandig dorp met een oude kern rond ’t Hofke. Het gebied ten noorden en oosten daarvan, waar nu de buurt ligt, bestond grotendeels uit heidevelden, bosschages en vennen.
De Hooge Heide
Een belangrijke historische aanduiding voor dit gebied is de Hooge Heide: een uitgestrekt heidegebied dat zich uitstrekte over wat nu De Karpen, Koudenhoven en delen van Urkhoven zijn. Het was een geaccidenteerd heideveld, deels bebost en begroeid met brem en stuifduinen.
Het Karperven
Op deze Hooge Heide lag het Karperven: het ven dat naamgever zou worden van de latere buurt. Vlakbij lag een hoogte die Karperdonk heette – een typische Brabantse naam voor een zandopduiking in een verder nat of laaggelegen gebied, van oudsher een geliefde plek om te wonen. Later is Karperdonk verbasterd tot Karpendonk.
Toen er in 1956 een naam moest worden gevonden voor de nieuwe buurt, viel de keuze op De Karpen: rechtstreeks afgeleid van dit ven. Ook de Karpendonkse Plas dankt zijn naam aan deze oude veldnaam.
Andere vennen en waterlopen
Naast het Karperven lagen er in de omgeving nog meer vennen en waterlopen:
- Het Wasven, waar later het gelijknamige landgoed en natuurgebied ontstond. In dit ven werden voor het scheren jaarlijks de schapen gewassen – vandaar de naam.
- De Karpendonkse Loop, een waterloop die hemelwater afvoerde naar de Dommel.
Het landschap in de 19e eeuw
Volgens de kadastrale kaarten uit 1832 bestond het gebied voor een belangrijk deel uit heide, moeras en vennen, met schraal bouwland en weiland op de betere plekken en dennenbos op enkele percelen. De bodem was over het algemeen zandig en schraal, typisch voor de Brabantse zandgronden. Landbouw was alleen mogelijk op de betere plekken; veel grond werd gebruikt voor schapenhouderij, die goed gedijde op de schrale heide.
Bevolking en bewoning
Het dorp Tongelre zelf was klein. De bewoning concentreerde zich rond de oude dorpskern (’t Hofke) en langs de belangrijkste wegen. Het gebied van de Hooge Heide, waar nu De Karpen ligt, was vrijwel onbewoond: er stonden hooguit enkele verspreide boerderijen of schapenstallen. Op oude kaarten is goed te zien dat het gebied tot ver in de twintigste eeuw grotendeels onbebouwd bleef.
Een van die boerderijen bestaat trouwens nog altijd. De 18e-eeuwse langgevelboerderij aan wat nu Sumatralaan 3 is, overleefde de latere aanleg van de villabuurt en groeide in de twintigste eeuw uit tot een van de bekendste restaurants van Eindhoven – zie verderop bij De Karpendonkse Hoeve.
Kastelen rond De Karpen
Geen van de historische kastelen lag letterlijk in De Karpen, maar de buurt ligt wel op een bijzondere plek: tussen enkele belangrijke kastelen en landgoederen in. Dat verklaart meteen waarom dit gebied eeuwenlang grotendeels onbebouwd bleef – het maakte deel uit van de landgoederenzone rond Tongelre.
Kasteel Het Hof (Klein Tongelre)
Dit kasteel lag aan de Koudenhovenseweg, in het gebied van het Wasven, ten zuiden van de huidige buurt. Al rond 1375 stond hier een kasteel dat in leen werd verstrekt door de hertogin van Brabant. In 1872 liet Theodorus Smits van Eckart het oude kasteel slopen en vervangen door een nieuw huis in kasteelstijl. In 1920 kocht Philips het landgoed, en in 1930 liet het bedrijf het kasteel slopen. Door de economische crisis gingen de geplande woningbouwplannen niet door; in 1941 liet Philips er in plaats daarvan de bekende Philipsboerderij bouwen (ook wel bekend als Wasvenboerderij).
Kasteel Eckart
Iets verder naar het noordoosten, richting Nederwetten, lag Kasteel Eckart. De bouwgeschiedenis van het huidige kasteel begint in 1695, toen op de plek van een voormalige versterkte hoeve een stenen kasteel verrees. Vanaf 1828 was het in bezit van de Eindhovense bestuurdersfamilie Smits, later bekend als Smits van Eckart. Het kasteel bestaat nog steeds en is in 1972 ingeschreven in het Rijksmonumentenregister.
Kasteel Beauregard / Koudenhoven
Ten zuiden van De Karpen, bij de Koudenhovenseweg, lag ooit Kasteel Beauregard, later bekend als Kasteel Koudenhoven. Dit versterkte kasteeltje werd in de 16e eeuw gebouwd bij een bruggetje aan het Wasvenpad. Het werd later vernoemd naar de nieuwe eigenaarsfamilie Coudenhove, en de weg ernaartoe kreeg de naam Koudenhovenseweg. Toen er in de periode 1978–1985 villa’s werden gebouwd, ontstond hier de buurt Koudenhoven. Het kasteel zelf is verdwenen.
Kortom: De Karpen lag als een groen, onbebouwd gebied tussen Kasteel Het Hof (zuiden), Kasteel Koudenhoven (zuidwesten) en Kasteel Eckart (noordoosten). Dat verklaart waarom het gebied tot ver in de twintigste eeuw grotendeels vrij bleef van bebouwing.
Na 1900: van zandwinning tot villabuurt
De twintigste eeuw bracht radicale veranderingen. Wat eerst heide en ven was, werd eerst een zandwinningsgebied, daarna een recreatiegebied en uiteindelijk een van de meest gewilde villabuurten van Eindhoven.
Aanleg van de IJzeren Man (ca. 1910)
De eerste grote ingreep in het landschap was de aanleg van de IJzeren Man: een zandgat dat rond 1910 ontstond door zandwinning.
Waarom zandwinning?
Het zand was nodig voor de aanleg van het nieuwe Station Eindhoven (geopend in 1912) en de spoorlijn Eindhoven–Weert (gereed in 1913). Er werd toen niet met handkracht gegraven, maar met een stoomgraafmachine – een grote, imposante machine die in de volksmond al snel “de IJzeren Man” werd genoemd. Die bijnaam ging later over op de plas zelf.
Ontstaan van de plas
Tijdens het graven ontstond een groot bassin dat zich vulde met grondwater en met water uit de Bocholterbeek. De IJzeren Man is maar zo’n 5 meter diep: het graven stopte op de harde leemlaag eronder. Vanaf 1917 werd de plas in gebruik genomen als natuurzwembad. Daarmee is de IJzeren Man een van de oudste zwemplassen van Nederland, en nog steeds in gebruik als natuurbad – met een paviljoen en restaurant.
ELTV: tennis op de Hooge Heide (1929)
Nog geen twintig jaar na de aanleg van de IJzeren Man kreeg de Hooge Heide er een heel andere functie bij. Op 4 januari 1929 richtte ir. P.F.S. Otten de Eindhovense Lawn Tennis Vereniging (ELTV) op, een van de oudste tennisverenigingen van Zuid-Nederland. Op 9 augustus van datzelfde jaar opende het park met de eerste vier banen zijn deuren; een jaar later, in 1930, volgde het clubhuis, ontworpen door architect Hanrath.
ELTV groeide uit tot een van de mooist gelegen tennisparken van Nederland – mede dankzij erevoorzitter Frits Philips, die op zijn buitenlandse reizen stekjes van bijzondere bomen en planten meenam voor het park. De bekendste ELTV’er ooit is oud-Wimbledon-finalist Paul Haarhuis.
Aanleg van de Karpendonkse Plas (1953–1955)
Ruim veertig jaar na de IJzeren Man volgde een tweede grote ingreep: de aanleg van de Karpendonkse Plas.
Aanleiding: het Hoogspoor
In de jaren vijftig werd gewerkt aan het Hoogspoor, een project dat vanaf 1953 noord- en zuid-Eindhoven met elkaar moest verbinden en de verkeersverbindingen moest verbeteren. Ook hiervoor was veel zand nodig, dat opnieuw door zandwinning werd gewonnen – dit keer ten noorden van de IJzeren Man, op de voormalige Hooge Heide.
Ontstaan van de plas
Rond 1953–1955 werd hier een grote kunstmatige plas gegraven, zo’n 2,5 meter diep. Tijdens de aanleg kwam er aan de westzijde een eiland met de nodige flora en fauna. In de volksmond heet de plas de Karpendonkse Plas; officieel is het Stadspark De Karpen.
Inrichting als park
Het vrijgekomen water bood nieuwe mogelijkheden voor recreatie. Acht jaar later resulteerde dat in een natuurrijk park rondom de plas: De Karpen. Het stadspark is een van de drie groene wiggen die vanuit het buitengebied doorlopen tot diep in de stad.
Van boerderij tot Michelinster: De Karpendonkse Hoeve
Aan de rand van de nieuwe plas staat een gebouw dat veel ouder is dan alles eromheen: een 18e-eeuwse langgevelboerderij, een van de laatste overgebleven boerderijen van de oude Hooge Heide. Toen het gebied in de jaren vijftig werd gesaneerd om plaats te maken voor de villabuurt, bleef deze boerderij – in tegenstelling tot vrijwel alle andere agrarische bebouwing in de omgeving – gespaard.
Vanaf 1961 kreeg het pand een horecabestemming, onder de familie Brobbel. Onder de naam De Karpendonkse Hoeve groeide het uit tot een van de bekendste restaurants van Eindhoven, met uitzicht over de Karpendonkse Plas. Van 1979 tot de sluiting in 2021 droeg het restaurant onafgebroken een Michelinster – dertig jaar op rij, onder meer onder chef-kok Peter Koehn en onder leiding van de familie Van Eeghem.
De Zweedse woningen
Na de Tweede Wereldoorlog was er in Nederland – en dus ook in Eindhoven – een groot tekort aan woningen. Om dat op te vangen, verrezen op verschillende plekken tijdelijke woningen.
In Eindhoven stonden er op maar één plek Zweedse woningen: het zogeheten “Zweedse dorp”. Deze woningen, ook wel Oostenrijkse woningen genoemd, werden rond 1950–1951 gebouwd en hadden grote tuinen. Het hele Zweedse dorp is later volledig afgebroken om plaats te maken voor de definitieve bebouwing.
De villabuurt De Karpen (jaren 60–80)
Rond 1956 kreeg de nieuwe buurt haar naam: De Karpen, afgeleid van het oude Karperven op de Hooge Heide. De buurt werd opgezet als een groene, ruim ingedeelde woonbuurt met vrijstaande en halfvrijstaande villa’s, omgeven door bos en water.
De allereerste villa stond er dan eigenlijk al. Aan de Sumatralaan liet ir. Th.P. (Theo) Tromp – destijds lid van de raad van bestuur van Philips, en later, van 1957 tot 1967, vicepresident van het concern – in 1953 een villa bouwen, die in 1956 werd opgeleverd. Tromp had tijdens de Tweede Wereldoorlog het Eindhovense verzet mee gefinancierd en werd in 1945 nog even minister van Waterstaat in het laatste Londense oorlogskabinet. De echte bouwgolf kwam pas op gang in de jaren zestig: zo werd in 1966 een villa aan de Simon van Slingelandlaan gebouwd, in opdracht